Je leest het overal: “De AOV wordt verplicht, regel het nu.” Het klopt half. Er ligt inderdaad een wet, maar hij is er nog niet — en de bedragen die rondgaan zijn voorlopig. Tegelijk speelt er een vraag die los staat van de wet en die niemand voor je beantwoordt: wat doet een AOV-premie eigenlijk met je tarief?

Dit stuk zet het op een rij. Eerst de stand van zaken, eerlijk en zonder verkooppraat. Dan de fiscale behandeling, want daar gaat bijna iedereen de mist in. En tot slot de berekening die telt: wat een premie doet met je netto-effectief uurtarief, en hoeveel tarief je nodig hebt om dat recht te trekken.

Is een AOV verplicht in 2026?

Nee. In 2026 is een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP’ers niet verplicht. Je kiest zelf.

Wat er wél is: een wetsvoorstel. De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen — kortweg de Wet BAZ — is in maart 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd en is daar sindsdien in behandeling. Een wetsvoorstel is geen wet. Het moet door de Tweede Kamer, daarna door de Eerste Kamer, en pas daarna volgt een invoeringsdatum.

Die invoering is meermaals opgeschoven. De Rijksoverheid noemt nu dat ondernemers tot 2030 nog geen verplichte verzekering hoeven te hebben. Eerdere streefjaren lagen vroeger; de datum kan opnieuw schuiven.

Houd daarom dit vast: alle bedragen en data rond de verplichte AOV zijn voorlopig. Wie je een vaste premie en een vaste startdatum als feit verkoopt, loopt op de zaken vooruit.

Wat gaat de verplichte AOV kosten — voor zover bekend?

De contouren van het voorstel zijn er, maar ze staan met potlood. Volgens het wetsvoorstel en de uitleg van de Rijksoverheid:

  • Premie: ongeveer 5,4% van je winst, met een voorlopig maximum van rond de €171 per maand.
  • Uitkering: naar verwachting 70% van je inkomen, tot maximaal het minimumloon.
  • Wachttijd: twee jaar voordat de uitkering start.
  • Peildatum: het moment waarop wordt gekeken of je al een particuliere AOV hebt die onder het overgangsrecht valt. Die datum is nog niet bekendgemaakt.

Die laatste twee punten verklaren waarom verzekeraars nu hard adverteren. Wie vóór de peildatum een eigen polis heeft die aan de voorwaarden voldoet, valt mogelijk onder eerbiedigende werking en houdt zijn eigen verzekering. Dat is een reëel argument — maar het is hún argument. Peil verkoopt geen polis. Wat Peil wél kan, is je laten zien wat zo’n premie met je cijfers doet.

Eén waarschuwing bij de wachttijd van twee jaar: een publieke basisverzekering die pas na twee jaar uitkeert, dekt het eerste jaar arbeidsongeschiktheid niet. Dat is precies de periode waarvoor een buffer bestaat. De wet vervangt je buffer dus niet — ze verschuift alleen wanneer iets anders het overneemt.

De fout die bijna iedereen maakt: “ik trek mijn AOV van mijn winst af”

Schrijf dat nóóit op, en denk het ook niet. Het klopt niet, en het kost je geld als je je reservering erop baseert.

Een AOV-premie is geen zakelijke kostenpost. Het is een persoonlijke aftrekpost — “uitgaven voor inkomensvoorzieningen”, Art. 3.124 Wet IB 2001 — en die trek je de MKB-winstvrijstelling van je belastbaar inkomen af. Bovendien alleen als de polis periodiek uitkeert, niet als hij één bedrag ineens betaalt.

Die volgorde is geen formaliteit. De belastingketen loopt zo:

Omzet
− Zakelijke kosten              = Fiscale winst
− Zelfstandigenaftrek (€1.200)
− MKB-winstvrijstelling (12,70%)
− AOV-premie + pensioen (persoonlijke aftrek, ná MKB)
= Belastbaar inkomen Box 1
→ Box 1-tarieven (35,75% / 37,56% / 49,50%)
− Heffingskortingen
+ ZVW-bijdrage (4,85%)
= Wat je daadwerkelijk afdraagt

Zou je de premie vóór de MKB-winstvrijstelling aftrekken — alsof het een zakelijke kost is — dan loopt ook die 12,70% vrijstelling eroverheen en verlies je 12,70% van de aftrekwaarde. Op de juiste plek trek je de premie af tegen je vólle marginale belastingdruk. Op de verkeerde plek lever je een stukje van dat voordeel in.

Dezelfde regel geldt voor pensioen via lijfrente, binnen je jaarruimte . De belastingketen zelf staat los uitgelegd.

Het cashverhaal: wat een premie met je NER doet

Hier komt het deel dat verzekeraars en vergelijkers overslaan. De fiscale aftrek hierboven is één verhaal. Je cash is een ander.

Voor je belasting is de premie een aftrekpost. Voor je portemonnee is hij gewoon geld dat elke maand je rekening verlaat. Die twee dingen staan los van elkaar, en je moet ze los houden. De aftrek verlaagt je belasting; de premie verlaagt je netto besteedbare ruimte. Allebei waar, tegelijk.

En precies dat cash-effect raakt je netto-effectief uurtarief. Je NER is wat je per declarabel uur daadwerkelijk overhoudt:

NER = (omzet − kosten − belasting) ÷ declarabele uren

Een AOV-premie is een vaste maandelijkse uitgave, net als je buffer of je overhead. Hij telt mee in je burn en je runway, en hij verlaagt wat er onder de streep overblijft. Dus: een premie erbij verlaagt je NER — tenzij je je tarief aanpast.

Doorgerekend: van premie naar benodigd tarief

Neem een ZZP’er die €75 per uur vraagt en 1.300 declarabele uren per jaar haalt.

Dat is een omzet van €97.500. Stel je structurele zakelijke kosten op €9.500, dan is je fiscale winst €88.000. Na zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling, de Box 1-tarieven, de heffingskortingen en de ZVW-bijdrage van 4,85% houd je netto zo’n €59.700 over. Ik rond af op honderdtallen — het gaat om de orde van grootte. Je NER ligt dan rond de €46 per uur (€59.700 ÷ 1.300).

Nu kies je een AOV met een premie van €150 per maand, oftewel €1.800 per jaar.

De premie is aftrekbaar als persoonlijke aftrekpost, dus je belasting daalt iets: bij een marginale belastingdruk rond de 49% in deze inkomensregio — schijf 2 plus de afbouw van je heffingskortingen, plus ZVW — levert €1.800 aftrek je zo’n €880 minder belasting op.

Maar je betaalt wél de volle €1.800 aan premie. Netto kost de premie je dus ongeveer €1.800 − €880 = €920 per jaar aan besteedbare ruimte. Verdeeld over 1.300 declarabele uren is dat een NER-daling van zo’n €0,70 per uur — je NER zakt van ±€46 naar ±€45.

Wil je je NER op €46 houden, dan moet die €920 ergens vandaan komen: uit een hoger tarief. Grofweg betekent dat €1 à €2 hoger uurtarief (ex btw), afhankelijk van je exacte marginale belastingdruk en declarabiliteit. Geen ramp. Maar het is een getal, geen gevoel — en het is het soort getal dat je liever kent vóór je je tarief voor volgend jaar vaststelt.

Het patroon is wat telt: elke vaste maandlast — AOV, pensioen, een duurdere tool — verlaagt je NER, en is terug te vertalen naar het tarief dat je nodig hebt om gelijk te blijven. De verplichte AOV, mocht ze er komen met een premie rond de €171 per maand, werkt op exact dezelfde manier, alleen iets groter.

Wat je hier nu mee doet

Drie dingen om mee te nemen:

  1. Verplicht is het nog niet. De Wet BAZ is in behandeling, invoering ligt rond 2030, en alle bedragen zijn voorlopig. Laat je niet opjagen door een advertentie die een deadline suggereert die er nog niet is.
  2. De premie is geen zakelijke kost. Het is een persoonlijke aftrekpost ná de MKB-winstvrijstelling. De plek in de keten bepaalt hoeveel hij oplevert.
  3. Een premie verlaagt je NER — en dat is terug te rekenen naar je tarief. Dat is het getal dat je beslissing draagt, niet de dekking op de folder.

Of je nu nu al een AOV neemt of wacht op de wet: het effect op je cijfers is hetzelfde rekensommetje. Hoeveel je naast je premie nog moet reserveren — buffer, pensioen, belasting — staat in hoeveel je als ZZP’er moet reserveren.

Voer je AOV-premie in als structurele kost en zie wat ze met je NER doet. Geen folder, maar jouw getal. Gratis te proberen.