Je vraagt €75 per uur, je hebt een goed jaar gedraaid, en dan komt de vraag waar elke ZZP’er een beetje van schrikt: hoeveel hou ik hier nou echt aan over?

Het eerlijke antwoord is dat “hoeveel belasting betaal je als ZZP’er in 2026” geen enkel getal heeft. Het hangt niet af van je omzet, maar van je winst, en van een keten van aftrekposten die elkaar in een vaste volgorde opvolgen. Hieronder reken ik die keten vier keer helemaal uit, van omzet tot wat er overblijft, met de cijfers van 2026.

Je betaalt belasting over je winst, niet je omzet

De eerste denkfout zit al in de vraag. Je betaalt geen belasting over wat klanten je betalen, maar over je fiscale winst: omzet min je zakelijke kosten.

Verdien je €60.000 en heb je €6.000 aan kosten (boekhouding, verzekeringen, tools, een deel van je telefoon), dan is je fiscale winst €54.000. Dát is het bedrag waar de Belastingdienst mee rekent, niet de €60.000.

En de Belastingdienst rekent in een vaste volgorde. Die volgorde doet ertoe, want elke stap verandert de grondslag voor de volgende.

De aftrekketen, in de juiste volgorde

Dit is de keten zoals de Belastingdienst hem toepast. Onthoud vooral de richting:

Omzet
− zakelijke kosten
= fiscale winst

− zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026)
= winst na ondernemersaftrek

− MKB-winstvrijstelling (12,70%)
= belastbare winst (box 1)

→ schijftarieven box 1
− heffingskortingen
+ ZVW-bijdrage (4,85%)
= wat je werkelijk afdraagt

Twee dingen die vaak misgaan.

De MKB-winstvrijstelling van 12,70% wordt berekend over je winst na de zelfstandigenaftrek — niet over je hele winst. En de zelfstandigenaftrek krijg je alleen als je het urencriterium van 1.225 uur haalt; de MKB-winstvrijstelling krijgt elke IB-ondernemer, óók zonder die uren.

De ZVW-bijdrage is het laagje dat de meeste mensen vergeten. Het is geen onderdeel van je inkomstenbelasting; het komt er bovenop, 4,85% over je belastbare winst. Reken je dat niet mee, dan zet je structureel te weinig opzij.

Vier keer doorgerekend: van omzet tot netto

Genoeg theorie. Hier is de keten, vier keer uitgerekend met de parameters van 2026. Ik ga uit van ondernemers die het urencriterium halen (dus mét zelfstandigenaftrek), met kosten op zo’n 10% van de omzet. De bedragen zijn afgerond op hele euro’s.

Profiel 1 — €30.000 omzet, €3.000 kosten

StapBedrag
Fiscale winst€27.000
− zelfstandigenaftrek− €1.200
− MKB-winstvrijstelling (12,70%)− €3.277
= belastbare winst€22.523
Inkomstenbelasting (vóór kortingen)€8.052
− heffingskortingen− €8.438
Inkomstenbelasting na kortingen€0
+ ZVW (4,85%)+ €1.092
Totaal af te dragen€1.092

Wat overblijft: ongeveer €25.900 netto, een effectieve druk van zo’n 4%. Op dit niveau zijn de algemene heffingskorting (max €3.115) en de arbeidskorting (max €5.685) samen groter dan de inkomstenbelasting zelf — je betaalt feitelijk alleen nog de ZVW-bijdrage. Dat is geen geluk; dat is het systeem dat lage winsten ontziet.

Profiel 2 — €60.000 omzet, €6.000 kosten

StapBedrag
Fiscale winst€54.000
− zelfstandigenaftrek− €1.200
− MKB-winstvrijstelling (12,70%)− €6.706
= belastbare winst€46.094
Inkomstenbelasting (vóór kortingen)€16.609
− heffingskortingen− €7.206
Inkomstenbelasting na kortingen€9.404
+ ZVW (4,85%)+ €2.236
Totaal af te dragen€11.639

Netto blijft er rond €42.400 over, een effectieve druk van zo’n 22% op je winst. Hier zie je de kortingen al afnemen: de algemene heffingskorting bouwt vanaf €29.736 af, en daardoor stijgt de druk sneller dan je schijftarief alleen zou doen vermoeden.

Profiel 3 — €90.000 omzet, €9.000 kosten

StapBedrag
Fiscale winst€81.000
− zelfstandigenaftrek− €1.200
− MKB-winstvrijstelling (12,70%)− €10.135
= belastbare winst€69.665
Inkomstenbelasting (vóór kortingen)€25.463
− heffingskortingen− €3.939
Inkomstenbelasting na kortingen€21.524
+ ZVW (4,85%)+ €3.379
Totaal af te dragen€24.903

Netto rond €56.100, effectieve druk zo’n 31%. De algemene heffingskorting is hier bijna helemaal weggesmolten en de arbeidskorting bouwt af. Een groot deel van je winst valt nu in de tweede schijf (37,56%).

Profiel 4 — €120.000 omzet, €12.000 kosten

StapBedrag
Fiscale winst€108.000
− zelfstandigenaftrek− €1.200
− MKB-winstvrijstelling (12,70%)− €13.564
= belastbare winst€93.236
Inkomstenbelasting (vóór kortingen)€36.084
− heffingskortingen− €1.622
Inkomstenbelasting na kortingen€34.462
+ ZVW (4,85%)+ €3.851
Totaal af te dragen€38.313

Netto rond €69.700, effectieve druk zo’n 35%. Je belastbare winst tikt hier de topschijf van 49,50% aan (vanaf €78.426), de algemene heffingskorting is op nul, en de ZVW-bijdrage zit op zijn maximum van €3.851.

Wat de tabel laat zien (en de meeste blogs niet)

Zet de vier effectieve percentages naast elkaar, ruwweg 4%, 22%, 31% en 35%, en je ziet meteen waarom “30% opzij” een slechte vuistregel is. Bij €30.000 winst zet je er veel te veel mee opzij. Bij €108.000 net iets te weinig.

Maar er is een tweede getal dat veel belangrijker is, en dat geen enkele tabel je vertelt: de belasting op je vólgende euro.

Je gemiddelde druk en je marginale druk zijn niet hetzelfde. Bij Profiel 1 is de gemiddelde druk 4%, maar zodra je een paar duizend euro méér verdient, lopen de kortingen anders en betaal je over die extra winst veel meer. Vanaf grofweg €46.000 winst, waar de arbeidskorting afbouwt en je in de tweede schijf zit, kost elke extra €1.000 wínst je rond de €491 aan belasting en ZVW samen. Dat is een marginale druk van bijna 49%.

Dit getal heet de marginale belastingdruk: het tarief dat je betaalt op je volgende euro winst, inclusief de afbouw van kortingen en de ZVW erbovenop. Het is de reden dat een extra opdracht aan het eind van een goed jaar minder oplevert dan je hoopt, en precies het getal dat je nodig hebt om te beslissen of die opdracht het waard is.

Het is ook waarom je netto-effectief uurtarief zoveel meer zegt dan je uurtarief: belasting is een van de drie lagen die je uurtarief uithollen.

Een veelgemaakte fout: AOV en pensioen

Nog één ding, omdat het vaak misgaat. Je AOV-premie en je pensioeninleg (lijfrente) zijn geen zakelijke kosten. Ze verlagen je winst niet.

Het zijn persoonlijke aftrekposten die je pas ná de MKB-winstvrijstelling van je belastbaar inkomen aftrekt — een ander vakje, verderop in de keten. Trek je ze ten onrechte van je winst af, dan vreet de MKB-vrijstelling 12,70% van het voordeel op. De volgorde is dus niet pietluttig; hij kost of bespaart je echt geld.

Schat je niet rijk of arm — reken het door

Een goede schatting voor 2026: zet je effectieve druk niet op een vast percentage, maar op wat de keten voor jóuw winst oplevert. Vier profielen verderop weet je: het is geen 30%, het is een glijdende schaal van pakweg 4% tot 35%, plus een marginale druk die richting 49% kruipt zodra je goed verdient.

Wil je dit niet met de hand uitrekenen? Dat hoeft ook niet. Peil rekent je belasting continu mee op basis van je werkelijke omzet en kosten, inclusief de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de schijven, de kortingen én de ZVW. Je ziet niet alleen wat je dit jaar afdraagt, maar ook wat je volgende euro winst je werkelijk kost. En zodra je je voorlopige aanslag moet inschatten, weet je meteen welk bedrag reëel is.

Zie wat jij dit jaar aan belasting reserveert. Peil rekent het voor je uit — gratis te proberen.


De bedragen in dit artikel zijn afgerond op hele euro’s en gebaseerd op de fiscale parameters voor 2026. Controleer je eigen situatie altijd tegen je voorlopige en definitieve aanslag — een AOW-gerechtigde, een starter met startersaftrek, of iemand met box 3-vermogen rekent anders.