Je hoort het bij elke borrel en in elke Facebook-groep voor ZZP’ers: “Zet gewoon 30 tot 40% opzij, dan kom je niet voor verrassingen te staan.” Het is goedbedoeld advies. En het is fout. Niet een beetje fout, maar fundamenteel.

Het is fout omdat het twee dingen negeert die alles bepalen: hoeveel je verdient en wat je structurele kosten zijn. Twee ZZP’ers met dezelfde omzet kunnen totaal verschillende bedragen opzij moeten zetten. En “reserveren” is sowieso niet één pot: het zijn er vijf.

Dit stuk rekent het voor je uit. Drie inkomensprofielen, echte cijfers voor 2026, en aan het eind weet je waarom het juiste percentage een uitkomst is van jouw situatie, niet een vuistregel die je vooraf invult.

Waarom “30% opzij” niet klopt

De 30%-regel doet alsof reserveren alleen over belasting gaat, en alsof belasting een vast percentage van je omzet is. Geen van beide is waar.

Je betaalt in Nederland geen belasting over je omzet, maar over je winst — en daar gaan eerst nog een paar forse aftrekposten af. De zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026), de MKB-winstvrijstelling (12,70%), en je heffingskortingen drukken je belasting fors, vooral bij lagere inkomens. Daardoor is de effectieve belastingdruk op een laag inkomen veel lager dan 30%, en op een hoog inkomen juist hóger, want de progressieve tarieven lopen op tot 49,50% in de derde schijf (boven €78.426).

En belasting is maar één van de vijf potjes. Echt reserveren bestaat uit vijf onderdelen, niet uit één vlak percentage:

  1. Belastingreserve — inkomstenbelasting + ZVW-bijdrage
  2. Zakelijke buffer — voor stille maanden en onverwachte uitgaven
  3. AOV-reservering — je arbeidsongeschiktheidsverzekering
  4. Pensioeninleg — wat je opzij zet voor later
  5. Inkomensruimte — wat er overblijft om van te leven

De 30%-regel stopt alles in pot 1 en vergeet de rest. Laten we het eerlijk doen.

De belastingreserve: reken hem zelf uit

Dit is het deel waar de meeste mensen het misverstand hebben. Je belastingreserve is geen percentage van je omzet — het is de uitkomst van de belastingketen. De keten ziet er voor 2026 zo uit:

Omzet
− Zakelijke kosten              = Fiscale winst
− Zelfstandigenaftrek (€1.200)
− MKB-winstvrijstelling (12,70%) = Belastbaar inkomen Box 1
→ Box 1-tarieven (35,75% / 37,56% / 49,50%)
− Heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting)
+ ZVW-bijdrage (4,85%, tot grondslag €79.409)
= Wat je daadwerkelijk afdraagt

Let op de volgorde: die is wettelijk en bepaalt hoeveel je betaalt. De berekening achter je netto-effectieve uurtarief leunt op precies dezelfde keten.

Hieronder reken ik drie profielen door. Ik rond de belastingbedragen af op honderdtallen: het gaat om de orde van grootte, niet om de cent.

Drie profielen, drie heel verschillende antwoorden

Voor elk profiel neem ik een omzet, realistische zakelijke kosten, en daarna de overige potjes. De zakelijke kosten, AOV-premie, pensioeninleg en buffer zijn illustratieve aannames — pas ze aan op jouw situatie.

Profiel 1 — €40.000 omzet (de starter / deeltijder)

  • Omzet: €40.000
  • Zakelijke kosten: €4.000
  • Fiscale winst: €36.000

Na zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling blijft er een belastbaar inkomen van zo’n €30.400 over. Door de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, die op dit niveau bijna maximaal zijn, valt de inkomstenbelasting na kortingen terug naar ongeveer €2.300. Daar komt de ZVW-bijdrage van ongeveer €1.500 bovenop.

Belastingreserve: ± €3.800 per jaar — zo’n 9 à 10% van je omzet.

Dat is minder dan een derde van wat de 30%-regel je zou laten reserveren. Wie hier 30% (€12.000) opzij zet, ontneemt zichzelf maandenlang het inkomen dat er gewoon is.

Dan de rest:

PotjeBedrag/jaarToelichting
Belastingreserve± €3.800berekend hierboven
AOV-reservering± €1.800aanname €150/mnd
Pensioeninlegnaar keuzebinnen jaarruimte; vaak overgeslagen door starters
Zakelijke buffer± €4.80015% van netto na belasting
Inkomensruimtede rest± €26.000 om van te leven

Profiel 2 — €70.000 omzet (de gevestigde fulltimer)

  • Omzet: €70.000
  • Zakelijke kosten: €8.000
  • Fiscale winst: €62.000

Hier wordt het interessant. Een deel van het belastbaar inkomen (± €53.000 na aftrek) valt nu in de tweede schijf, en de heffingskortingen beginnen af te bouwen. De inkomstenbelasting na kortingen komt uit op ongeveer €13.000, de ZVW-bijdrage op ongeveer €2.600.

Belastingreserve: ± €15.500 per jaar — zo’n 22% van je omzet.

PotjeBedrag/jaarToelichting
Belastingreserve± €15.500berekend hierboven
AOV-reservering± €3.000aanname €250/mnd
Pensioeninleg± €4.000binnen jaarruimte
Zakelijke buffer± €7.00015% van netto
Inkomensruimtede rest± €32.000 om van te leven

Bij dit profiel ligt de échte reservering — alle vier de potjes samen, exclusief de inkomensruimte — rond de 42% van je omzet. Voor het belastingdeel alleen is dat 22%. De 30%-regel komt hier het dichtst in de buurt van alle drie de profielen, maar zit er nog steeds naast — en om de verkeerde reden: hij stopt alles in “belasting”, terwijl bijna de helft van wat je opzij zet eigenlijk buffer, AOV en pensioen is.

Profiel 3 — €100.000 omzet (de hoogvlieger)

  • Omzet: €100.000
  • Zakelijke kosten: €12.000
  • Fiscale winst: €88.000

Het grootste deel van je inkomen zit nu in de tweede schijf (37,56%) en de heffingskortingen zijn vrijwel volledig weggevallen — de derde schijf (49,50%, boven €78.426 belastbaar) raak je bij dit profiel nét niet. De inkomstenbelasting na kortingen komt op ongeveer €24.700, de ZVW-bijdrage op ongeveer €3.700.

Belastingreserve: ± €28.300 per jaar — zo’n 28% van je omzet.

PotjeBedrag/jaarToelichting
Belastingreserve± €28.300berekend hierboven
AOV-reservering± €4.200aanname €350/mnd
Pensioeninleg± €7.000binnen jaarruimte
Zakelijke buffer± €9.00015% van netto
Inkomensruimtede rest± €38.000 om van te leven

Hier zou de 30%-regel je te weinig laten reserveren: alleen de belasting al is 28% van je omzet, en dan moet AOV, pensioen en buffer er nog bij. Het totale opzij-te-zetten bedrag ligt hier richting 48% van je omzet.

Wat dit zegt: het percentage is een uitkomst, geen regel

Zet de drie naast elkaar en het patroon springt eruit:

ProfielBelasting als % omzetTotaal reserveren (excl. inkomensruimte)
€40.000± 9–10%± 28%
€70.000± 22%± 42%
€100.000± 28%± 48%

Geen van deze drie zit op “30 tot 40%”. De starter reserveert veel minder voor belasting dan de vuistregel zegt; de hoogvlieger veel meer. En het totaal — inclusief buffer, AOV en pensioen — loopt uiteen van zo’n 28% tot bijna de helft van je omzet.

Het juiste percentage valt niet vooraf te kiezen. Het volgt uit je omzet, je kosten en de keuzes die je maakt voor AOV, pensioen en buffer. Wie met één vast getal werkt, zet structureel het verkeerde bedrag opzij, en merkt het pas bij de aanslag, of bij de eerste stille maand.

AOV en pensioen: twee verhalen, niet één

Eén ding moet helder, want het is de meest gemaakte fout. Schrijf nooit “ik trek mijn AOV-premie van mijn winst af.”

Fiscaal is een AOV-premie geen zakelijke kostenpost. Het is een persoonlijke aftrekpost — “uitgaven voor inkomensvoorzieningen”, Art. 3.124 Wet IB 2001 — die je ná de MKB-winstvrijstelling van je belastbaar inkomen aftrekt. Hetzelfde geldt voor pensioen via lijfrente, binnen je jaarruimte. De positie in de keten is geen detail: zou je ze vóór de MKB-vrijstelling aftrekken, dan verlies je 12,70% van de aftrekwaarde.

Maar voor je reservering telt de premie gewoon als wat het is: geld dat elke maand je rekening verlaat. Dat is een cashverhaal, geen belastingverhaal. In je runway telt de AOV-premie dus mee als uitgave, terwijl je inkomensruimte de premie niet nóg eens aftrekt, omdat die al in je nettobedrag zit verwerkt.

Houd de twee uit elkaar en je begrijpt waarom Peil AOV en pensioen op twee plekken anders behandelt: als aftrekpost in de belastingberekening, en als cash-uitstroom in je buffer en runway. Meer over de AOV voor ZZP’ers in 2026 en over pensioen en jaarruimte staat in de losse stukken.

Van reserve naar runway

Vijf potjes vullen is de helft van het verhaal. De andere helft is: hoe lang houd ik het vol als het tegenzit? Dat is je runway: het aantal maanden dat je buffer je draagt zonder nieuwe omzet.

Je runway is je buffer gedeeld door je maandelijkse uitgaven. En in die uitgaven horen je AOV-premie en pensioeninleg wél thuis als cash-uitstroom, samen met je zakelijke overhead en je privé-uitgaven. Een buffer van €7.000 voelt comfortabel, tot je hem deelt door een maandlast van €3.500 en ziet dat het twee maanden is.

Hoe je gericht aan die buffer bouwt, staat in een buffer opbouwen als ZZP’er . Wat je doet als de opdrachten daadwerkelijk opdrogen, lees je in geen opdrachten als ZZP’er .

Wat je hiermee doet

De eerlijke samenvatting: er bestaat geen goed antwoord op “hoeveel moet ik reserveren” zonder dat je je eigen omzet, kosten en keuzes invult. De 30%-regel is een gok die voor bijna niemand klopt.

Wat wél klopt is de berekening. Peil splitst je reserve precies zo uit als hierboven — belastingreserve, zakelijke buffer, AOV-reservering, pensioeninleg, inkomensruimte — op basis van je werkelijke cijfers, en laat zien hoeveel maanden runway dat je geeft.

Voer je structurele kosten in en zie je runway live. Geen vuistregel, maar jouw getal. Gratis te proberen.