Je zoekt naar wat je per uur moet vragen, en je vindt een rekentool die zegt: neem je gewenste jaarinkomen, deel het door je declarabele uren, klaar. Het getal dat eruit rolt voelt redelijk — tot je een jaar later merkt dat er minder is overgebleven dan beloofd.

Dat komt niet doordat je te weinig hebt gewerkt. Het komt doordat de standaardformule drie dingen weglaat. Hieronder reken ik het opnieuw, met de lagen erin die je tarief in de praktijk uithollen — en met de cijfers van 2026.

De formule die je overal vindt — en wat eraan ontbreekt

Bijna elke rekentool gebruikt dezelfde brutoformule:

Uurtarief = gewenst jaarinkomen ÷ declarabele uren

Wil je €54.000 overhouden en denk je 1.500 uur te declareren, dan zegt de tool: €36 per uur. Klinkt overzichtelijk.

Het probleem is dat dit getal drie dingen door elkaar haalt of helemaal negeert.

Ten eerste: de uren die je niet factureert. Niemand declareert elk gewerkt uur. Acquisitie, administratie, offertes schrijven, reizen naar klanten, je eigen ontwikkeling — dat is werk, maar geen omzet.

Ten tweede: je kosten. Verzekeringen, boekhouding, software, een deel van je telefoon. Klein per maand, samen een fors bedrag per jaar. Die gaan van je omzet af voordat er winst overblijft.

Ten derde: belasting. Je betaalt belasting over je winst, niet over je omzet — en niet tegen één vast percentage. De brutoformule doet alsof je gewenste jaarinkomen gelijk is aan je omzet. Dat is het nooit.

Het echte tarief krijg je pas in beeld als je de andere kant op rekent: van een uurtarief naar wat er na die drie lagen overblijft. Dat eindgetal heet je netto-effectief uurtarief (NER): wat je per gefactureerd uur daadwerkelijk overhoudt. We leggen het volledig uit in wat is je netto-effectief uurtarief — hier gebruiken we het om tarieven te toetsen.

Laag 1: niet-declarabele uren

Begin bij de uren, want hier gaat de grootste stille correctie zitten.

Een ZZP’er besteedt ongeveer 30 tot 35% van zijn werktijd aan werk dat geen omzet genereert. Realistisch declareer je dus zo’n 65 tot 70% van je uren. Reken je met 100%, dan is elk later getal te rooskleurig.

Stel je vraagt €85 per uur en je declareert 65% van je tijd. Dan is je effectieve uuropbrengst al geen €85 meer, maar ongeveer €55 — en dat is nog vóór kosten en belasting. Het tarief op je offerte en het tarief dat je portemonnee ziet, lopen hier al uiteen.

Dit is meteen de reden dat het urencriterium ertoe doet: voor de zelfstandigenaftrek heb je 1.225 uur op je bedrijf nodig — declarabel én niet-declarabel samen. Die niet-declarabele uren tellen niet mee voor je omzet, maar wél voor die drempel.

Laag 2: kosten

Van je omzet gaan eerst je zakelijke kosten af. Wat overblijft is je fiscale winst — en dáár rekent de Belastingdienst mee, niet met je omzet.

Houd een vuistregel van zo’n 10% kosten aan voor een dienstverlener zonder grote inkoop, dan is bij €60.000 omzet je winst €54.000. Bij een vakgebied met meer materiaal, software of reiskosten ligt dat aandeel hoger.

Belangrijk: je AOV-premie en je pensioeninleg horen hier niet bij. Dat zijn geen zakelijke kosten maar persoonlijke aftrekposten, verderop in de keten. Schrijf je ze ten onrechte als bedrijfskosten op, dan klopt je hele tariefberekening niet meer.

Laag 3: belasting (en waarom geen vast percentage werkt)

Nu de laag die de meeste rekentools helemaal overslaan.

Over je winst betaal je inkomstenbelasting in box 1, in 2026 in drie schijven: 35,75% tot €38.883, 37,56% tot €78.426 en 49,50% daarboven. Maar je betaalt nooit het schijftarief over je hele winst. Eerst gaan de zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026) en de MKB-winstvrijstelling (12,70% over de winst ná die aftrek) eraf. Daarna verlagen heffingskortingen de belasting nog. En bovenop alles komt de ZVW-bijdrage van 4,85% over je belastbare winst.

Het effect: je effectieve belastingdruk is geen vast percentage, maar een glijdende schaal die met je winst meebeweegt. We rekenen die keten helemaal uit in hoeveel belasting betaal je als ZZP’er in 2026. De korte versie van die uitkomsten gebruik ik hieronder:

  • bij een winst rond €54.000 kom je uit op een effectieve druk van zo’n 22%;
  • bij een winst rond €81.000 op zo’n 31%.

Dat is het derde gat in de brutoformule: die rekent met je gewenste netto-inkomen alsof daar geen belastingschijf overheen gaat.

Drie profielen: wat een tarief écht oplevert

Genoeg theorie. Hier zijn drie profielen. Bij elk pak ik een uurtarief, leg ik een realistische declarabiliteit aan, trek ik kosten en belasting af, en kijk ik wat er per gefactureerd uur overblijft — de NER. De declarabiliteitspercentages per vak zijn illustratief; houd je eigen cijfer aan.

Profiel 1 — tekstschrijver, €70 per uur

Veel acquisitie en research, dus een declarabiliteit van zo’n 60%. Bij 1.500 gewerkte uren factureert deze schrijver er ongeveer 900, à €70 = €63.000 omzet. Na ~10% kosten een winst rond €56.700. Met een effectieve druk in de buurt van die 22% bij €54.000 winst blijft er grofweg €44.000 over.

Gedeeld door 900 gefactureerde uren is dat een NER van rond de €49 — tegenover een uurtarief van €70. Het verschil zit bijna helemaal in de niet-declarabele uren.

Profiel 2 — developer, €85 per uur

Stabielere opdrachten, dus een declarabiliteit van zo’n 70%. Bij 1.500 gewerkte uren zijn dat 1.050 gefactureerde uren à €85 = €89.250 omzet. Na ~10% kosten een winst rond €80.000, waar de effectieve druk dicht bij die 31% bij €81.000 winst ligt. Netto blijft er ruwweg €55.000 over.

Gedeeld door 1.050 uren komt de NER uit rond €52. Hoger uurtarief, betere declarabiliteit — en tóch valt het eindgetal niet ver van Profiel 1, doordat de hogere winst zwaarder wordt belast.

Profiel 3 — consultant, €120 per uur

Hoog tarief, maar veel reizen en acquisitie, dus een declarabiliteit van zo’n 55%. Bij 1.500 gewerkte uren zijn dat ~825 gefactureerde uren à €120 = €99.000 omzet. De winst loopt tegen de topschijf aan — je belastbaar inkomen zit net onder de grens van €78.426 — en de effectieve druk ligt rond de 32% van je winst, tussen de 31% bij €81.000 en 35% bij €108.000 uit hoeveel belasting je betaalt.

Het uurtarief van €120 is bijna het dubbele van Profiel 1, maar door de lage declarabiliteit en de zwaardere belasting is de afstand tot de NER het grootst van de drie. Een hoog tarief beschermt je niet als je het maar de helft van de tijd kunt factureren.

Wat de drie profielen samen laten zien: het uurtarief op je offerte voorspelt je NER nauwelijks. Declarabiliteit en belastingdruk bepalen minstens zoveel.

Reken terug, niet vooruit

De bruikbare conclusie is een omkering. Begin niet bij “wat vraag ik per uur”, maar bij “wat wil ik netto per gefactureerd uur overhouden” — je gewenste NER. Reken daarvandaan terug: tel de belasting erbij, tel de kosten erbij, deel door je declarabiliteit. Dan rolt het uurtarief eruit dat die NER mogelijk maakt.

Dat is precies de berekening die de standaardtools niet maken, en de reden dat hun uitkomst zo vaak tegenvalt. Een tarief klopt pas als alle drie de lagen erin zitten.

Wil je dit niet met de hand doen? Peil rekent je NER continu mee op basis van je werkelijke omzet, kosten, declarabiliteit en de fiscale parameters van 2026 — inclusief de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de schijven, de kortingen en de ZVW.

Bereken je eigen NER in Peil. Gratis te proberen.


De tarieven, declarabiliteitspercentages en kostenaannames in de drie profielen zijn illustratief, bedoeld om de mechaniek te tonen. De fiscale parameters komen uit de cijfers van 2026; controleer je eigen situatie altijd tegen je voorlopige en definitieve aanslag.