“Ze bieden me €55.000 in loondienst. Als ZZP’er reken ik €75 per uur — dat is veel meer.” Het voelt zo, maar het klopt niet. En het verschil tussen die twee getallen goed lezen is precies waar deze keuze op staat of valt.
Het probleem zit in de vergelijking zelf. Je legt een uurtarief naast een jaarsalaris, en die twee meten niet hetzelfde. Een loondienstpakket bevat een stapel voorzieningen die de werkgever stilletjes meebetaalt. Als ZZP’er staan die allemaal op jouw rekening. Reken je dat niet mee, dan denk je dat je vooruit gaat terwijl je gelijk speelt — of zelfs achteruit.
Dit stuk rekent het concreet voor. Eerst de verborgen waarde in een salaris. Dan de naïeve som en waarom die je te laag zet. En tot slot het getal dat de beslissing draagt: welke bruto omzet en welk uurtarief je écht nodig hebt om een pakket van €55.000 te evenaren.
Wat zit er verborgen in een loondienstsalaris?
Het bruto salaris is niet wat je werkgever kwijt is, en niet wat jij overhoudt. Er zit een laag tussen — aan beide kanten.
Wat de werkgever bovenop je bruto salaris betaalt:
- Vakantiegeld: 8% van je salaris, wettelijk minimum (Art. 15 Wet minimumloon).
- Werkgeverslasten: ongeveer 20% van je salaris aan sociale premies — de ZVW-bijdrage werkgever, het Arbeidsongeschiktheidsfonds (WIA), en het Algemeen Werkloosheidsfonds (WW).
- Werkgeverspensioen: cao-afhankelijk, vaak 10–20% samen met jouw eigen deel; soms nul.
Voor een bruto salaris van €55.000 betekent dat — zonder werkgeverspensioen — een totale werkgeverslast van €55.000 × 1,28 = €70.400.
Dat is het getal dat telt voor de vergelijking. Niet wat op je loonstrook staat, maar wat het de betaler kost om jou dat netto te geven. Want dát is wat een opdrachtgever ook aan jou als ZZP’er kwijt zou zijn.
En aan de andere kant staan de rechten die je in loondienst gewoon hebt:
- Doorbetaling bij ziekte: 70% van je salaris, tot twee jaar. De werkgever draagt dat.
- WW bij ontslag: ongeveer 75% van je laatste loon, tot 24 maanden. Niet beschikbaar voor ZZP’ers.
- WIA/WGA bij langdurige arbeidsongeschiktheid: ongeveer 75% van je laatste dagloon. Ook niet voor ZZP’ers onder de standaardregels.
- Betaald verlof: vaak 25 vakantiedagen, doorbetaald.
Geen van deze regelingen verdwijnt als je ZZP’er wordt. Ze verschuiven alleen — van de werkgever naar jou.
De naïeve som: salaris delen door je uren
De meest gemaakte fout: je pakt het bruto salaris, deelt door een aantal uren, en noemt dat je benodigde tarief.
€55.000 ÷ 1.600 uur = €34 per uur. “Dus met €75 zit ik ruim goed.” Twee dingen kloppen er niet.
Ten eerste declareer je niet al je uren. Acquisitie, administratie, offertes schrijven, reizen naar klanten, professional development — dat is werk, maar je kunt het niet doorbelasten. Realistisch factureer je 65–70% van je werktijd. De andere 30–35% genereert geen omzet. Reken je met al je gewerkte uren, dan deel je door een te groot getal en komt je benodigde tarief te laag uit.
Ten tweede zit er in dat salaris voor zo’n €15.000 aan voorzieningen die jij zelf moet betalen — het verschil tussen €55.000 bruto en de €70.400 die de werkgever werkelijk kwijt is. Vakantiegeld, sociale premies, pensioen: in loondienst geregeld, bij jou een eigen post.
De juiste vergelijking gaat niet over bruto tegen bruto. Hij gaat over netto besteedbaar inkomen, mét eigen voorzieningen, tegen netto salaris. En om dáár te komen, moet je weten welke bruto omzet daarvoor nodig is.
Doorgerekend: welke omzet evenaart €55.000?
Neem een ZZP’er die €75 per uur vraagt en 1.300 declarabele uren per jaar haalt.
Dat is een omzet van €97.500. Stel je structurele zakelijke kosten op €9.500 — boekhouding, verzekeringen, tools, telefoon — dan is je fiscale winst €88.000.
Nu de belastingketen, in de juiste volgorde:
Omzet €97.500
− Zakelijke kosten €9.500 = Fiscale winst €88.000
− Zelfstandigenaftrek €1.200
− MKB-winstvrijstelling 12,70%
− AOV-premie + pensioen (persoonlijke aftrek, ná MKB)
= Belastbaar inkomen Box 1
→ Box 1-tarieven (35,75% / 37,56% / 49,50%)
− Heffingskortingen
+ ZVW-bijdrage 4,85%
= Wat je daadwerkelijk afdraagt
De zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026) en de startersaftrek vereisen het urencriterium van 1.225 uur; de MKB-winstvrijstelling van 12,70% krijg je sowieso. Daarna lopen de Box 1-tarieven (35,75% tot €38.883, 37,56% tot €78.426, daarboven 49,50%), de heffingskortingen die je eindbelasting drukken, en bovenop dat alles de ZVW-bijdrage van 4,85% over je belastbare winst. De volledige keten staat los uitgelegd in hoeveel belasting je als ZZP’er betaalt.
Na die hele rit houd je netto zo’n €60.000 over. Ik rond af op duizendtallen — het gaat om de orde van grootte.
Klinkt riant tegenover €55.000. Maar je bent er nog niet. Want uit die €60.000 moet je nog de dingen betalen die de werkgever van een werknemer voor zijn rekening neemt.
Wat je nog zelf moet bekostigen
De €60.000 hierboven is je netto vóór eigen voorzieningen. Een werknemer met €55.000 bruto heeft die voorzieningen al ingebouwd. Jij moet ze er nog áf halen:
- AOV-premie: dekking bij arbeidsongeschiktheid, jouw vervanging voor de WIA. Reken op een reële cash-uitstroom per maand.
- Pensioeninleg: binnen je jaarruimte via lijfrente, jouw vervanging voor het werkgeverspensioen.
- Zakelijke buffer: het deel dat de WW vervangt — geld voor de maanden tussen opdrachten, of een klant die wegvalt. Peil hanteert standaard zo’n 15% van je netto.
- Niet-betaalde vakantie: elke dag vrij is een dag zonder omzet. In loondienst doorbetaald, bij jou niet.
Tel daar een AOV-premie en pensioeninleg van samen pakweg €10.000 per jaar bij op, plus een buffer-reservering, en je netto besteedbare ruimte ná voorzieningen zakt richting de €50.000 — vergelijkbaar met wat een werknemer met €55.000 bruto netto overhoudt mét al zijn ingebouwde voorzieningen.
Dáár zit het punt. Een omzet van €97.500 — en een tarief van €75 — brengt je niet ver bóven een loondienstpakket van €55.000. Het brengt je ongeveer gelijk, zodra je je eigen voorzieningen eerlijk meerekent. De naïeve som (“€75 is veel meer dan €34”) suggereerde een ruime marge die er niet is.
Hoeveel je naast je tarief precies moet reserveren — belasting, buffer, AOV, pensioen — staat uitgesplitst in hoeveel je als ZZP’er moet reserveren.
Het getal dat de beslissing draagt
De vergelijking “ZZP of loondienst” valt niet te maken op gevoel, en niet op bruto tegen bruto. Hij valt te maken op één getal: de bruto omzet — en het uurtarief — dat een loondienstpakket écht evenaart, netto en mét je eigen voorzieningen.
Voor een pakket van €55.000 lag dat in het voorbeeld rond de €97.500 omzet bij €75 per uur en 1.300 declarabele uren. Verander je declarabiliteit, je vaste lasten of de hoogte van je voorzieningen, en dat getal verschuift mee. Dat is precies waarom het een berekening is en geen vuistregel.
En het is dezelfde berekening die onder je netto-effectief uurtarief ligt: wat je per declarabel uur daadwerkelijk overhoudt, ná belasting, kosten en voorzieningen. Wie zijn NER kent, kent meteen zijn loondienst-equivalent — het zijn twee kanten van hetzelfde getal. Wil je weten welk tarief je nodig hebt om op een bepaald netto uit te komen, dan reken je vanaf je NER terug; hoe je dat doet staat in je uurtarief berekenen.
Peil rekent die equivalentie voor je uit: het zet jouw werkelijke omzet, kosten, belasting en voorzieningen om in het salaris dat hetzelfde netto oplevert — en laat zien wat een opdrachtgever aan jou kwijt is tegenover wat een werkgever aan een werknemer kwijt zou zijn. Geen vuistregel, maar jouw cijfers.
Bereken je loondienst-equivalent in Peil en zie welk salaris je tarief evenaart. Gratis te proberen. Begin hier.