De startersaftrek is de enige extra aftrekpost die speciaal voor beginnende ondernemers bestaat: €2.123 bovenop je zelfstandigenaftrek, in de eerste jaren van je onderneming. Terwijl de zelfstandigenaftrek jaar na jaar wordt afgebouwd, is de startersaftrek al jaren onveranderd – en daarmee relatief steeds belangrijker geworden.

Er zitten twee hardnekkige misverstanden omheen. Het eerste: dat je zelf mag kiezen in welk jaar je hem inzet. Het tweede: dat een mager eerste jaar de aftrek verspilt. Allebei onjuist, en het tweede op een manier die juist in jouw voordeel werkt. Hieronder de regeling zoals hij echt werkt, doorgerekend voor 2026.

Wat de startersaftrek is

De startersaftrek is een vast bedrag van €2.123 dat je van je winst mag aftrekken, bovenop de zelfstandigenaftrek. Voor een startende ZZP’er die het urencriterium haalt, is de totale ondernemersaftrek in 2026 dus:

zelfstandigenaftrek   €1.200
startersaftrek       +€2.123
= ondernemersaftrek   €3.323

Anders dan de zelfstandigenaftrek – die van €7.280 ooit naar €1.200 nu en €900 in 2027 is afgebouwd – is de startersaftrek al jaren €2.123. Het is inmiddels het grootste deel van wat een starter aan ondernemersaftrek krijgt.

De voorwaarden

Je hebt recht op de startersaftrek als je aan álle onderstaande voorwaarden voldoet:

  • Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek – en dus haal je het urencriterium van 1.225 uur per jaar.
  • Je was in de afgelopen 5 jaar niet elk jaar ondernemer (je bent een echte starter).
  • Je hebt de zelfstandigenaftrek in die 5 jaar maximaal 2 keer gebruikt.
  • Je hebt geen “geruisloze terugkeer uit een bv” gehad in het jaar zelf of de 5 jaar ervoor.

En de belangrijkste begrenzing: je krijgt de startersaftrek maximaal 3 keer in de eerste 5 jaar van je onderneming. Ben je AOW-gerechtigd, dan geldt de helft.

Je kiest hem niet los – maar via het urencriterium wél

Het hardnekkigste misverstand is dat je de startersaftrek als los knopje kunt bewaren: “ik claim hem dit jaar niet en houd hem voor een jaar dat ik goed verdien.” Zo werkt het niet. De startersaftrek is automatisch: voldoe je aan de voorwaarden, dan wordt hij bij je zelfstandigenaftrek opgeteld – en je kunt de zelfstandigenaftrek in een startersjaar niet aanvinken zónder de startersaftrek. Ze komen als paar.

Toch is er wél een knop, alleen zit hij een niveau hoger: het urencriterium, waar de héle ondernemersaftrek aan hangt. Haal je in een jaar de 1.225 uur niet, dan krijg je dat jaar geen ondernemersaftrek – niet de zelfstandigenaftrek, en dus ook niet de startersaftrek. Je kunt de startersaftrek niet los uitzetten, maar je kunt het hele blok uitzetten door de urenpoort dicht te laten. Of dat gebeurt, heb je deels zelf in de hand: hoeveel uur je in je onderneming steekt.

En dat heeft een belangrijk gevolg: een jaar zónder ondernemersaftrek verbruikt géén van je drie beurten. De teller loopt alleen in jaren waarin je de aftrek daadwerkelijk krijgt. Een starter die in een mager jaar onder de 1.225 uur blijft, verliest dus geen beurt – de drie blijven volledig open voor de jaren binnen het venster van 5 jaar waarin de aftrek méér waard is. Timen kan dus wél, maar grofmazig: op het niveau van de hele aftrek, niet van de startersaftrek apart.

Wat het oplevert (en waarom dat geen €2.123 is)

Net als bij de zelfstandigenaftrek is een aftrekpost geen korting op je belasting, maar een verlaging van je belastbare winst. Wat je erop bespaart, hangt af van de MKB-winstvrijstelling die eroverheen gaat en van je marginale tarief.

De MKB-winstvrijstelling van 12,70% wordt berekend over je winst ná de ondernemersaftrek. Daardoor verlaagt elke euro startersaftrek je belastbare winst niet met een hele euro, maar met €0,873. Voor de €2.123 startersaftrek betekent dat:

  • De aftrek verlaagt je belastbare winst met ongeveer €1.853.
  • In de eerste schijf (35,75% inkomstenbelasting + 4,85% ZVW ≈ 40,6% marginaal) scheelt dat je zo’n €750 aan belasting.

Tel je de zelfstandigenaftrek erbij op, dan bespaart een starter die het urencriterium haalt in de eerste schijf in totaal grofweg €1.180 ten opzichte van iemand die de 1.225 uur niet haalt. Reëel geld – maar niet de €3.323 die op papier staat, en precies het bedrag dat je misloopt als je je uren niet kunt aantonen.

De verrassing: een verliesjaar verspilt de aftrek niet

Hier zit de echt onderbelichte kant van de regeling, en het is goed nieuws voor starters met een mager eerste jaar.

Normaal geldt: de zelfstandigenaftrek mag niet hoger zijn dan je winst. Verdien je €800 en is je aftrek €1.200, dan mag je maar €800 aftrekken; de rest schuift als “niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek” door naar de komende 9 jaar.

Maar in een jaar waarin je recht hebt op de startersaftrek geldt die beperking niet. De Belastingdienst is er expliciet over:

“De zelfstandigenaftrek is niet meer dan het bedrag van de winst vóór ondernemersaftrek. Deze beperking geldt niet als u in aanmerking komt voor de startersaftrek.”

Als starter mag je dus de volledige €3.323 aftrekken, ook als je winst lager is – en zelfs als dat een verlies oplevert. Dat verlies is niet weg: je kunt het verrekenen met ander box 1-inkomen in hetzelfde jaar (bijvoorbeeld loon uit een dienstverband eerder dat jaar) of met winst uit andere jaren.

Concreet: maak je in je startjaar €1.000 winst en pas je de volledige €3.323 toe, dan ontstaat een verlies van €2.323 dat je kunt inzetten tegen ander inkomen. De aftrek “verdampt” dus niet in een slecht jaar – hij verandert in een verrekenbaar verlies. Precies het jaar dat het financieel het krapst is, is de startersaftrek daarmee het meest vergevingsgezind.

Wanneer is het dan wél zonde?

  • Als je het urencriterium nooit haalt binnen het venster van 5 jaar – dan krijg je de startersaftrek simpelweg nooit. De 1.225 uur is de harde poort.
  • Als je te traag opstart – je hebt maar 3 beurten in 5 jaar. Wie in de eerste jaren structureel onder de urennorm blijft, kan aan het eind van het venster beurten overhouden die vervallen.
  • Vergeet niet: niet-declarabele uren (acquisitie, administratie, cursussen, reistijd, je eigen website) tellen gewoon mee voor het urencriterium. Veel starters hálen de norm, maar houden hun uren niet bij en kunnen het niet aantonen.

Reken het door voor je eigen startjaar

Of de €750 of meer voor jou geldt – en wat er gebeurt als je in je startjaar een verlies mag nemen – hangt af van je winst en je schijf. De gratis belastingtool rekent de hele keten door: ondernemersaftrek, MKB-winstvrijstelling, schijven, heffingskortingen en ZVW, zonder account.

En omdat alles op de 1.225 uur hangt: in Peil zie je je urenstand het hele jaar meelopen, zodat je in het najaar weet of je de norm gaat halen – het verschil tussen recht hebben op de startersaftrek en hem mislopen.

Zie wat de startersaftrek voor jou oplevert. Peil rekent het mee – gratis te proberen.


De bedragen in dit artikel zijn afgerond en gebaseerd op de fiscale parameters voor 2026. De besparing hangt af van je winst, je schijf en je heffingskortingen; een AOW-gerechtigde (halve aftrek) rekent anders. De verliesverrekening kent eigen regels en termijnen – controleer je eigen situatie altijd tegen je aangifte of met een adviseur.