Bijna elk artikel over ZZP-belasting noemt de zelfstandigenaftrek nog in één adem met “het grote voordeel van ondernemerschap”. Dat klopte tien jaar geleden. In 2026 is de aftrek een schaduw van wat het was, en de meeste mensen weten niet hoeveel er nog van over is, of wat het na alle andere aftrekposten werkelijk oplevert.

Hieronder reken ik het precies door: wat de zelfstandigenaftrek in 2026 nog waard is, waarom dat minder is dan het bedrag suggereert, en wanneer je het hele voordeel in één keer kwijtraakt.

Wat de zelfstandigenaftrek in 2026 is

De zelfstandigenaftrek is een bedrag dat je van je fiscale winst mag aftrekken vóórdat de belasting wordt berekend. In 2026 is dat bedrag €1.200.

Je krijgt het alleen als je aan twee voorwaarden voldoet: je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting, en je haalt het urencriterium van 1.225 uur per jaar. Op die tweede voorwaarde komen we terug – het is precies daar dat het misgaat.

De afbouw: van €7.280 naar €900

Het bedrag van €1.200 valt pas op zijn plaats als je ziet waar het vandaan komt.

JaarZelfstandigenaftrek
2024€3.750
2025€2.470
2026€1.200
2027€900 (wettelijk vastgelegd)

De aftrek piekte ooit op €7.280 (bevroren tussen 2012 en 2019) en wordt sinds 2020 elk jaar afgebouwd, richting €900 in 2027. Dat is geen tijdelijke maatregel: het is bij wet vastgelegd beleid om het fiscale verschil tussen ondernemers en werknemers te verkleinen.

De praktische conclusie: reken niet meer met de bedragen uit je herinnering of uit een oud artikel. Wat in 2022 nog een aftrek van €6.310 was, is nu €1.200 – een vijfde ervan.

Wat het nog écht oplevert (en waarom dat geen €1.200 is)

Hier maken de meeste artikelen een denkfout. Ze zeggen: “je trekt €1.200 af, dus dat scheelt.” Maar een aftrekpost is geen korting op je belasting – het is een verlaging van je belastbare winst. Wat je erop bespaart, hangt af van twee dingen: de MKB-winstvrijstelling die eroverheen gaat, en je marginale tarief.

Kijk naar de volgorde waarin de Belastingdienst rekent:

fiscale winst
− zelfstandigenaftrek (€1.200)
= winst na ondernemersaftrek

− MKB-winstvrijstelling (12,70%)
= belastbare winst (box 1)

→ schijftarieven + ZVW

De MKB-winstvrijstelling van 12,70% wordt berekend over je winst na de zelfstandigenaftrek. Dat betekent dat die €1.200 aftrek de MKB-vrijstelling óók verlaagt – met 12,70% van €1.200, ofwel €152. Netto daalt je belastbare winst dus niet met €1.200, maar met ongeveer €1.047.

Over dat bedrag betaal je vervolgens je marginale tarief. Twee scenario’s:

  • In de eerste schijf (winst tot €38.883): het gecombineerde tarief is 35,75% inkomstenbelasting plus 4,85% ZVW-bijdrage, samen zo’n 40,6%. Op €1.047 scheelt dat ongeveer €425.
  • In de hoogste schijf (winst boven €78.426): het tarief is 49,50%, en de ZVW-bijdrage loopt daar tegen zijn maximum aan. Het voordeel wordt dan ongeveer €520.

Dus: de zelfstandigenaftrek is in 2026 nog zo’n €425 tot €520 aan werkelijke belastingbesparing waard, afhankelijk van je winst. Reëel geld – maar niet het getal dat op papier staat, en niet het bedrag waar de reputatie van de regeling op gebouwd is.

De voorwaarde die het voordeel in één keer laat verdampen

Het venijn zit in het urencriterium. De zelfstandigenaftrek is geen automatisch recht: je krijgt hem alleen als je minstens 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteedt.

Belangrijk, en vaak verkeerd begrepen: dat zijn niet alleen je declarabele uren. Acquisitie, administratie, offertes schrijven, reistijd naar klanten, cursussen en het onderhouden van je eigen website tellen allemaal mee. Veel ZZP’ers hálen de 1.225 uur ruimschoots maar kunnen het alleen niet aantonen, omdat ze hun niet-declarabele uren niet bijhouden. Welke uren precies meetellen is daarom het verschil tussen recht hebben en het kunnen bewijzen.

Wat het kost als je de drempel niet haalt, is nu concreet te maken. Je verliest niet “€1.200” maar de belastingbesparing die daaraan hangt: zo’n €425 tot €520. En als je starter bent, ligt er nog meer op het spel.

Voor starters staat er meer op het spel

Ben je in de eerste vijf jaar van je onderneming, dan komt bovenop de zelfstandigenaftrek de startersaftrek van €2.123. Die mag je maximaal drie keer claimen, in jaren waarin je ook recht hebt op de zelfstandigenaftrek.

Dat maakt de gecombineerde ondernemersaftrek voor een startende ZZP’er in 2026 €3.323 – maar met dezelfde harde voorwaarde. Haal je het urencriterium niet, dan vervalt niet alleen de €1.200, maar óók de €2.123. Voor een starter in de eerste schijf loopt de gemiste besparing daarmee op naar grofweg €1.100 tot €1.200. Precies in het jaar dat je onderneming nog fragiel is, en de administratie er het makkelijkst bij inschiet.

Voor wie is de aftrek in 2026 nog relevant?

  • Starters – verreweg het meest, door de stapeling met de startersaftrek. Voor hen is het urencriterium bijhouden geen bureaucratie maar het beschermen van ruim duizend euro.
  • ZZP’ers in de eerste schijf – het voordeel van ~€425 is relatief het grootst ten opzichte van hun winst.
  • Hoge winsten – hier is de aftrek in absolute zin iets meer waard (~€520), maar verwaarloosbaar als percentage van de winst. De afbouw raakt deze groep het minst, simpelweg omdat er voor hen al weinig te verliezen was.

De grotere beweging is duidelijk: de zelfstandigenaftrek is als los voordeel bijna uitgewerkt. Wie in 2026 zijn tarief of zijn reserveringen nog op de aftrek baseert, rekent met een regeling die volgend jaar €900 is en daarna vermoedelijk verder krimpt. Het urencriterium blijft de moeite waard om te halen – maar meer om wat je niet verliest dan om wat je wint.

Reken het door voor je eigen winst

Of de €425 of de €520 voor jou geldt – en wat het urencriterium missen je precies kost – hangt af van je winst en je schijf. De gratis belastingtool rekent de hele keten door: ondernemersaftrek, MKB-winstvrijstelling, schijven, heffingskortingen en ZVW, zonder account.

En als je wilt zien wat er gebeurt wanneer je nét onder of nét boven de 1.225 uur uitkomt: in Peil zie je je urenstand het hele jaar meelopen naast je belasting, zodat je in november weet of je de drempel gaat halen – niet pas bij de aangifte, als het te laat is om er iets aan te doen.

Zie wat de zelfstandigenaftrek voor jou oplevert. Peil rekent het mee – gratis te proberen.


De bedragen in dit artikel zijn afgerond en gebaseerd op de fiscale parameters voor 2026. De besparing hangt af van je winst, je schijf en je heffingskortingen; een AOW-gerechtigde (halve aftrek) of iemand met box 3-vermogen rekent anders. Controleer je eigen situatie altijd tegen je voorlopige en definitieve aanslag.