Het woord rechtsvermoeden klinkt als iets wat een jurist tegen je zegt vlak voordat het duur wordt. In de praktijk is het een van de weinige regels in het ZZP-dossier die in jouw voordeel werkt.

Sinds 1 juli 2026 geldt: factureer je €38 per uur of lager (peildatum 1 januari 2026), dan wordt vermoed dat je een arbeidsovereenkomst hebt. Wat die grens is en waar hij vandaan komt, staat in de €38-grens.

De vraag die daarna zelden goed beantwoord wordt, is wat dat concreet dóét. Hieronder staat het mechanisme, wat het je oplevert, en – minstens zo belangrijk – wat het uitdrukkelijk niet regelt.

Wat een vermoeden is (en niet is)

Een vermoeden is geen vaststelling. Er verandert op 1 juli 2026 niets automatisch aan je contract, je facturen of je inschrijving. Je wordt niet vanzelf werknemer en er verschijnt geen loonstrook.

Wat er verandert, is wie iets moet aantonen als het ergens over gaat.

Dat lijkt technisch. Het is het hele punt.

De omgekeerde bewijslast, in gewone woorden

Neem de situatie zoals die was.

Je werkt al twee jaar voor één opdrachtgever, voor €33 per uur. Op papier ben je zelfstandig. In de praktijk zit je in hun team, in hun planning, met hun werkwijze. Je vermoedt dat dit eigenlijk een dienstverband is.

Om daar iets mee te doen, moest jij aantonen dat je werknemer was. Jij, tegenover een partij met een juridische afdeling. Dat is traag, duur en onzeker. Precies daarom deed vrijwel niemand het. De regel bestond, maar de drempel maakte hem theoretisch.

Sinds 1 juli 2026 staat het andersom. Zit je op of onder €38, dan wordt de arbeidsovereenkomst vermoed en moet de opdrachtgever aantonen dat die er niet is. Lukt hem dat niet, dan kun je werknemersbescherming claimen.

Er is dus niets nieuws bedacht over wat een arbeidsovereenkomst ís. Er is één drempel verlaagd: die van jou.

Wat “werknemersbescherming” concreet betekent

De wet noemt in dit verband onder meer loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Dat zijn niet toevallig de twee risico’s die je als ZZP’er volledig zelf draagt.

Ziek zijn kost je als zelfstandige alles tegelijk: de teller staat stil en de vaste lasten lopen door. Dat is de reden dat een AOV bestaat, en de reden dat die premie een echte maandelijkse uitgave is die je NER verlaagt – meer daarover in de AOV voor ZZP’ers.

Ontslagbescherming is het tweede. Een opdracht kan in beginsel gewoon eindigen. Dat is de flexibiliteit waar je opdrachtgever voor betaalt, of in een te goedkope constructie, jij in rekening neemt.

Dat het rechtsvermoeden precies deze twee raakt, zegt waar de regel voor is bedoeld: niet om jou te betrappen, maar om het gat te dichten tussen wat je op papier bent en wat je feitelijk draagt.

Wat het rechtsvermoeden níét doet

Hier moet je scherp zijn, want de meeste misverstanden zitten aan deze kant.

Het maakt je niet automatisch werknemer. Het vermoeden is een aanspraak, geen omzetting. Doe je er niets mee, dan verandert er in de praktijk niets. Het is een deur die opengaat, geen kamer waar je in wordt geduwd.

Het is weerlegbaar. De opdrachtgever kan aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is. Zit je onder €38 maar werk je aantoonbaar zelfstandig – eigen ritme, eigen middelen, meerdere klanten, geen gezag – dan is dat een verdedigbaar verhaal en houdt het vermoeden geen stand. Een laag tarief is een hefboom en geen uitspraak over jou.

Het zegt niets over de inhoud. Het vermoeden hangt uitsluitend aan je tarief. Of je écht zelfstandig bent, hangt op gezag, inbedding en afhankelijkheid, wat een aparte toets is, met eigen criteria.

Het werkt maar één kant op. Boven €38 vervalt het vermoeden. Er komt niets voor in de plaats: geen vrijwaring, geen groen vinkje. De inhoudelijke toets blijft gewoon staan, ook bij €95 per uur.

En het is geen belastingregel. Dit is arbeidsrecht: het gaat over de vraag of er een arbeidsovereenkomst is. De handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst is een eigen spoor wat zich hervat per 1 januari 2025, met boetes mogelijk vanaf 1 januari 2026.

Wat er verder over de precieze route, termijnen en uitvoering van dit vermoeden geldt voor jou, is werk voor een jurist die je dossier kent. Dit artikel beschrijft het mechanisme.

Waarom je opdrachtgever dit eerder las dan jij

Het gedrag dat je waarschijnlijk als eerste tegenkomt, is niet dat van een handhaver. Het is dat van een opdrachtgever die zijn risico wegneemt.

Voor hem is de rekensom simpel geworden. Een werkende onder €38 draagt sinds 1 juli 2026 een vermoeden met zich mee dat híj moet weerleggen. Dat kan hij oplossen door de samenwerking anders in te richten, door het tarief te verhogen, of door ermee te stoppen.

Dat laatste gebeurt. Het aantal ZZP’ers daalde in 2025 met zo’n 62.000 volgens het CBS. Dat is de eerste daling na jaren groei, grotendeels door druk op precies dit soort constructies, met de zorg en de VVT voorop.

Dat is geen reden voor paniek, wel voor voorbereiding. Het gesprek over je tarief komt in veel gevallen sowieso, en het is prettiger om het te voeren met een getal dan met een gevoel.

Het getal dat je nodig hebt voor dat gesprek

Als het rechtsvermoeden ergens over gaat, gaat het over de vraag of je tarief in verhouding staat tot wat je feitelijk draagt. Dan wil je weten wat je feitelijk draagt.

Dat is niet je uurtarief. Van elk gewerkt uur factureer je er realistisch maar 65 tot 70%; de rest gaat op aan acquisitie, administratie en offertes. Wat er daarna nog van overblijft, na kosten en na belasting – box 1 (35,75% tot €38.883) plus de ZVW-bijdrage van 4,85% over je belastbare winst, ná zelfstandigenaftrek (€1.200) en MKB-winstvrijstelling (12,70%) – is je netto-effectief uurtarief.

Dat getal is wat je overhoudt per uur van je leven. Zet het naast wat een vergelijkbare rol in loondienst netto oplevert – inclusief het pensioen, het vakantiegeld en de doorbetaling bij ziekte die daar in zitten – en je hebt een onderbouwd getal in plaats van een buikgevoel. Die vergelijking staat uitgewerkt in ZZP versus loondienst.

Peil rekent die keten uit op je eigen cijfers. Het beoordeelt niet of je zelfstandig bent – dat hangt op gezag, inbedding en afhankelijkheid, en dat zijn dingen die geen tool kan zien. Het rekent uit waar je staat, en dat is precies het stuk dat je zelf nooit op een achterkant van een envelop krijgt.

De omgekeerde bewijslast is een hefboom die de wet je aanreikt. Hij tilt pas iets op als je weet wat er aan hangt.

Reken je netto-effectief uurtarief door – gratis, zonder account.